Van de Gemeenschappelijke markt tot de Economische en Monetaire Unie (EMU)

Op 8 mei 1945, aan het einde van WO II (1939-1945), was Europa een puinhoop. De vrees dat een dergelijk drama zich zou herhalen, deed bij politici de idee ontstaan een unie van Europese staten te creëren. De Verenigde Staten moedigden hen aan door middel van een ambitieus actieplan (het Marshallplan), maar eisten dat de Europese landen hun actie coördineren.

1950: de Schuman-verklaring

Op 9 mei 1950, vijf jaar na de oorlog, stelde de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Robert Schuman, voor de productie van steenkool en staal van Frankrijk en Duitsland samen te brengen. Die productie zou onder een hoge supranationale autoriteit worden geplaatst, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Het is die gebeurtenis die van 9 mei de officiële dag van Europa heeft gemaakt. De landen van de Benelux en Italië schaarden zich ook achter het voorstel. Door op 18 april 1951 het Verdrag tot oprichting van de EGKS te ondertekenen, zullen die landen de Europese Zes vormen.

1957: de Verdragen van Rome

Op 25 maart 1957 ondertekenden de zes landen van het “Kleine Europa” de twee Verdragen van Rome tot oprichting van:

  • Euratom, voor het samenbrengen van de atoomproductie;
  • de Gemeenschappelijke markt, voor de vrije concurrentie tussen producten uit alle sectoren van de economie.

1979: het Europees Monetair Stelsel (EMS)

Het EMS had als hoofdoel:

  • de stabiliteit van de wisselkoersen tussen de munteenheden (door tussenkomst van de centrale banken) verzekeren;
  • de solidariteit van de lidstaten vergroten door de toekenning van kredieten.

De belangrijkste vernieuwing die het EMS voortbracht, was de invoering van de ECU (European Currency Unit), een korf van Europese munteenheden waarvan de samenstelling de weerspiegeling was van het aandeel van iedere lidstaat in de productie en de uitwisseling van goederen en diensten binnen de Gemeenschap.

1986: de Europese Akte

In februari 1986 ondertekenden de lidstaten van de EEG een nieuw verdrag, de Europese Akte, dat de weg naar een economische en monetaire unie opende.

1989: het Rapport-Delors

Het Rapport-Delors pleitte voor een Europese economische en monetaire unie die in drie fases moest worden gerealiseerd:

  • Fase I – 1990-1993: consolidering van de eenheidsmarkt en voorbereiding van het verdrag van Maastricht
  • Fase II – 1994-1998: oprichting van het Europees Monetair Instituut, convergentie van de economieën en meer samenwerking op monetair vlak
  • Fase III – 1999-2002: invoering van één Europese munt

1992: het verdrag van Maastricht

Dat verdrag bepaalde onder meer dat de nationale munten zouden worden vervangen door een gemeenschappelijke munteenheid voor de lidstaten die konden bewijzen dat ze zowel economisch als financieel gezond waren. Om dat na te gaan, werden convergentiecriteria vastgelegd.

1998: Europese Raad van Brussel

  • de landen van de eurozone worden vastgelegd: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje (later zouden daar Cyprus, Estland, Malta, Griekenland, Slovenië en Slovakije nog bijkomen);
  • oprichting van de Europese Centrale Bank (ECB);
  • 31 december 1998: aankondiging van de omrekeningskoersen.

1 januari 1999: derde fase van de Economische en Monetaire Unie

Sinds 1 januari 1999:

  • is de euro de Europese eenheidsmunt geworden; de nationale munten van de landen van Euroland zijn nog slechts onderverdelingen van de euro, en de gemeenschappelijke Europese munt heeft zijn intrede gedaan in de girale geldcirculatie;
  • het Eurosysteem, onder leiding van de Raad van Gouverneurs van de ECB, voert het gemeenschappelijke muntbeleid van de eurozone om de prijsstabiliteit te handhaven.

2002: de euro en de gemeenschappelijke betaalmarkt

  • de eurobiljetten en euromuntstukken worden in omloop gebracht en de nationale munten worden uit de omloop genomen;

  • de Europese eenheidsmarkt SEPA (Single Euro Payments Area) voor betalingen wordt een feit: overal in Europa kan men betalen met dezelfde overschrijvingen en domiciliëringen. Het Belgische rekeningnummer van 12 cijfers verdwijnt en wordt vervangen door een Europees IBAN-nummer van 16 tekens.