De Middeleeuwen (476-1453 n. Chr.)

Het woord “bank” wordt gebruikt sinds de Middeleeuwen. Het is afgeleid van het Italiaanse banca dat naar de houten bank verwijst waarop de toenmalige geldwisselaars hun activiteiten uitoefenden.

Na de val van het Romeinse Rijk (395 n. Chr.) en het ontstaan van het West- en Oost-Romeinse Rijk evolueerden Oost en West verschillend: in het Oosten (Byzantion) namen de banken een hoge vlucht, maar in het Westen ontstond een feodale samenleving.

Door de dreiging van de grote volksverhuizingen in het noorden en de opmars van de islam in het zuiden zochten de westerse volkeren massaal bescherming in de buurt van burchten en kloosters. In deze feodale samenleving was er weinig behoefte aan krediet. De bestaande munten waren erg verschillend van aard.

De geldwisselaar, de eerste middeleeuwse bankier

Tegen de achtergrond van deze verscheidenheid aan munten kwam het fenomeen van de geldwisselaar op. Vaak ging het om oosterse handelaars, Syriërs genaamd, die hun intrek namen in de grote steden in het Westen. Ze wisselden munten en leenden geld uit tegen een interest.

Karel de Grote

In 789 breidde Karel de Grote het verbod om geld tegen interest uit te lenen uit tot de leken. De Syriërs verdwenen van het toneel.

Joden en kloosters

Gedurende twee of drie eeuwen was het Westen voor krediet aangewezen op de Joden, die zich specialiseerden in de lening tegen onderpand (als gevolg van het door de Kerk opgelegde verbod op lening tegen interest), of op de kloosters, die de rol van bankier vervulden op het platteland. Ze ontvingen giften van gelovigen en deposito’s van privépersonen. In ruil verstrekten ze landbouwleningen en namen ze een waarborg op de grond of een deel in de winst die de kredietnemer had geboekt.

De Lombarden

Vanaf de 10de eeuw kregen de Italiaanse zeevaarders zowel in het Byzantijnse rijk als in de Arabische wereld vaste voet en kwamen er opnieuw munten in omloop. De kruistochten, waarvan de eerste plaatsvond tussen 1096 en 1099, speelden een belangrijke rol in de heropleving van de handel tussen Oost en West.

Vanaf het midden van de 11ste eeuw vestigden de Lombarden, handelaars uit Venetië, Pisa en Genua, handelskantoren in het Oosten en in Noord-Afrika. Dank zij hun flair en kennis van de banktechnieken verwierven ze internationale faam. Ze vestigden wisselkantoren in Frankrijk, Vlaanderen en Engeland.

Van de 10de tot de 13de eeuw ontstond een aantal steden langs de handelsas Nederlanden/Italië. De jaarmarkten in Champagne werden een plaats waar Italiaanse en Vlaamse handelaars elkaar ontmoetten en waar betaalmiddelen ter financiering van de handel werden ontwikkeld.

Voor contante betalingen moest de geldwisselaar, nu bankier genaamd, de wisselkoers tussen munten van verschillende landen bepalen.

Voor betalingen op termijn zag een nieuw betaalmiddel het licht: de lettera di pagamento, een voorloper van de wisselbrief. Dat was een schuldbekentenis waarbij bijvoorbeeld een Italiaanse handelaar zich ertoe verbond op een afgesproken datum het verschuldigde bedrag te betalen aan bijvoorbeeld een handelaar uit Antwerpen. Die terugbetaling kon ofwel op een volgende jaarmarkt gebeuren, ofwel aan een Italiaanse bankier, die dit bedrag dan moest overmaken aan de bankier van de handelaar uit Antwerpen.

De lettera di pagamento vormde de aanzet tot de hoofdactiviteit van de bank, met name het krediet.

De Lombarden financierden niet alleen de handel, maar ze verstrekten ook leningen aan particulieren en aan de overheid. Ze hadden een grote politieke invloed en gebruikten die tegen de Tempeliers.

De Tempeliers

De Tempelorde was een religieuze en militaire orde die werd gesticht ter bescherming van de pelgrims. Ze werd gesticht in Jeruzalem rond 1119, vergaarde veel rijkdom (losgelden en giften) en vestigt “commanderijen” overal in Europa.

De financiële activiteit van de Tempeliers was veelzijdig: ze financierden de kruistochten, maar schreven ook zicht- en termijndeposito’s uit, voerden wisselverrichtingen uit, beheerden consignatiekassen en introduceerden het systeem van dubbel boekhouden.

De Orde, die uitgroeide tot een echte staat in de staat, werd in 1313 door de Paus verboden nadat Filips de Schone in 1307, op aanraden van de Lombarden, besloot de Orde in Frankrijk op te heffen.